Colloquium 2010 : Gezondheidszorg
Tijdens een druk bijgewoond colloquium (26 mei, Schaarbeek) discussieerden een honderdtal ABVV- Senioren over toegankelijke gezondheidszorg. In de voormiddag zorgde een debat met enkele deskundige sprekers voor inspiratie.
Leona Detiège (voorzitter van S-Plus), Caroline Copers (secretaris Vlaams ABVV), Jef Baeck (voorzitter socialistische mutualiteit Brabant) en Ri de Ridder (secretaris generaal van het RIZIV) gingen in op een aantal pertinente vragen. In de namiddag bogen vier werkgroepen zich over een reeks stellingen.
Het kostenplaatje
Een eerste onderwerp dat aan bod kwam, was de financiering van onze gezondheidszorg. Alle sprekers waren het er over eens dat de evolutie van het kostenplaatje in de gezondheidszorg in de hand moet gehouden worden. De financiering is echter een kwestie van maatschappelijke keuzes. De sociale zekerheid mag zeker niet het slachtoffer worden van andere ingrepen.
Ook werd gewezen op een aantal zorgwekkende ontwikkelingen zoals het steeds verder opschuiven naar private verzekeringen. Die sluipende privatisering is nefast voor ons systeem. Nu is het al zo dat ‘heeft u een hospitalisatieverzekering ?’ de eerste vraag is die je krijgt bij opname in een ziekenhuis. Het uitgangspunt moet zijn: kwaliteit garanderen voor iedereen. Ook de strijd tegen de supplementen moet opgevoerd worden zo niet krijgen we een gezondheidszorg met twee snelheden.
Er werden ook vragen gesteld bij het overaanbod van medische technologie. Vanzelfsprekend is de introductie van nieuwe technologie belangrijk en nodig maar een overaanbod is duur en zinloos. Als voorbeeld werden de erkende centra voor robotchirurgie aangehaald waarvan alleen al Vlaanderen er 18 telt terwijl men het in Nederland met 2 doet.
Een andere post waarop stevig kan bespaard worden is medicatie. Generische geneesmiddelen kunnen het kostenplaatje van de gezondheidszorg een stuk verlichten. Een probleem dat zich daar stelt is de gewoonte van dokters om op merknaam voor te schrijven. Slechts 7 % van de dokters in België schrijft voor op stofnaam. Daar is nog veel werk aan de winkel en vraagt ook een engagement van de dokters zelf.
Er kan dus nog efficiënter omgesprongen worden met de kosten binnen onze gezondheidszorg. Maar niet enkel de uitgaven moeten bekeken worden. Om de financiering veilig te stellen moet een tweesporenbeleid gevolgd worden om zowel de inkomsten als de uitgaven te bekijken. Nu hanteert de gezondheidszorg een universele dekking maar het zijn vooral de RSZ bijdragen van werknemers die voor de financiering instaan.
Daarom pleitten de sprekers voor een algemene sociale bijdrage en het aanspreken van grote vermogens. Het uitgangspunt van onze gezondheidszorg blijft: een zo breed mogelijke dekking en toegankelijkheid. Er werd opgemerkt dat gezondheidszorg niet enkel een verhaal van kosten is. Goede gezondheid creëert ook toegevoegde waarde met een terugvloei effect naar de gemeenschap. Er is ook de factor tewerkstelling want de gezondheidszorg stelt veel mensen te werk.
De mazen van het net
Een tweede belangrijk thema in het debat was de toegankelijkheid van onze gezondheidszorg. Die heeft te maken met het kostenplaatje voor de patiënt maar ook met administratieve drempels en de gebruiksvriendelijkheid van de gezondheidszorg. Volgens recente gegevens is in Vlaanderen 1 op de 10 Vlamingen arm. Bij de 65-plussers gaat het zelfs om 1 op 5. Dat vertaalt zich ondermeer in het uitstellen van gezondheidszorgen.
Daarnaast blijkt ook dat maatregelen zoals het OMNIO-statuut (hogere terugbetaling ziektekosten voor mensen met een laag gezinsinkomen) nog te weinig gekend zijn. In België zijn er 800.000 gerechtigden voor dit statuut maar slechts 270.000 personen vragen het ook effectief aan.
Uit het debat bleek dat verder dat waar we vroeger ongeveer 10 % van de medische kosten uit eigen zak betaalden nu al 25 % voor eigen rekening moeten nemen. Daardoor dreigen maatschappelijk kwetsbare groepen (chronisch zieken, senioren, leefloners….) uit de boot te vallen. Er werd dan ook gewaarschuwd voor een ontwikkeling in de richting van een samenleving waar enkel de rijken op zorg kunnen rekenen.
Om de mazen van het net te dichten werden de voorbije jaren al maatregelen genomen zoals gratis tandverzorging voor jongeren tot 18 jaar en de verlaging van het plafond van de maximumfactuur voor chronisch zieken (van 450 naar 350 euro). Toch volstaat dit niet. 1 op 7 mensen leeft in armoede. Voor hen is de invoering van de derde betaler regeling in de eerstelijnszorg nodig want wie in armoede leeft ziet zich vaak genoodzaakt te besparen op medische zorg. De invoering van dergelijk systeem is perfect mogelijk want alle nodige gegevens zijn via de informatica beschikbaar. Het is dus een kwestie van beleidskeuzes.
De derde betaler regeling zou van een gunst moeten omgebogen worden tot een recht. Het welvaartsvast maken van pensioenen en uitkeringen is een andere belangrijke stap. De supplementen afschaffen voor tweepersoonskamers in ziekenhuizen, huisartsen forfaitair vergoeden in plaats van per prestatie, het responsabiliseren van dokters om de kostprijs van medicatie te beperken, meer oog voor preventie zijn andere denkpistes. Verder werken aan de efficiëntie van onze gezondheidszorg blijft dus essentieel.
Tenslotte werd een lans gebroken voor meer samenwerking tussen sociale bewegingen, mutualiteiten en wijkgezondheidscentra. Op die manier kan ook meer aan preventie gedaan worden. Daar ligt ook een uitdaging voor mutualiteiten die in de toekomst meer en meer een functie zullen krijgen als informatieverstrekker en patiëntensyndicaat. Hun kerntaak is het de belangen van de patiënt te verdedigen. Zij hebben een rol in het aanspreken van eenoudergezinnen en langdurig werklozen, de groepen die het meest kwetsbaar zijn voor armoede. (vanaf 1 juli 2010 hebben nu ook mensen die 1 jaar werkloos zijn en eenoudergezinnen met een laag inkomen automatisch recht op het Omnio-statuut).
Splitsen of niet splitsen?
We leven in een land waar de voorbije jaren steeds meer bevoegdheden van het federaal naar het regionaal niveau overgeheveld werden. Zo zijn gezondheidspreventie en thuiszorg Vlaamse materie. Curatieve geneeskunde is dan weer federale materie. Die opsplitsing van bevoegdheden zorgt in de praktijk vaak voor problemen. De sprekers tijdens de studiedag zijn alvast niet gewonnen voor een verdere opsplitsing van de sociale zekerheid en de gezondheidszorg. Er moet wel gewerkt worden aan onverantwoorde transfers en waar wel gesplitst wordt moet het om homogene pakketten gaan. Efficiëntie is bij dat alles prioritair.
Overigens werd opgemerkt dat een recente RIZIV studie aantoonde dat het transfertverhaal van noord naar zuid niet klopt. Splitsen betekent concreet ook een stijging van de kosten en zelfs dan zal er nog moeten overlegd worden. Beter is het dan ook te opteren voor een samenwerkingsfederalisme dan voor een separatistisch scenario. Uiteindelijk gaat het ook om het basisprincipe solidariteit en vanuit die invalshoek moet de sociale zekerheid op het hoogst mogelijke, federale niveau behouden blijven. Zeker in een Vlaanderen dat rechts dreigt te worden is het splitsingsdiscours eerder een dekmantel voor het afbouwen van solidariteit en een keuze voor privatisering.
De prioriteiten...
‘Wat zou u eerst aanpakken mocht u minister van gezondheidszorg zijn ?’ Op die vraag hadden de panelleden een hele waslijst antwoorden klaar. Wat meteen duidelijk maakte dat er nog behoorlijk wat werk op de plank ligt. Hier volgt de lijst:
- Een gegarandeerde financiering om het voortbestaan van onze gezondheidszorg te verzekeren
- De responsabilisering van de medische en farmaceutische sector
- Het indijken van de privatisering en de supplementen die daar uit voortvloeien
- Het veralgemenen van de derde betaler regeling
- De rechten van de patiënten versterken, ondermeer door duidelijkheid in tarieven
- Iedere beleidsbeslissing onderwerpen aan een armoedetoets zodat we de zwaksten in onze samenleving niet uit het oog verliezen.